maandag, december 10, 2018
AddThis Social Bookmark Button

Zoeken

Gezag

 

26 GEZAG

A. IN HET ALGEMEEN

I. Voorwaarde

ARTIKEL 335.- Het kind dat niet meerderjarig is, staat onder het gezag van zijn moeder en

vader. Zonder wettelijke grondslag kan het gezag de moeder en de vader niet worden ontnomen.

Indien de rechter de aanstelling van een curator43 niet nodig acht, staan ook onder curatele

gestelde meerderjarige kinderen onder het gezag van de moeder en de vader.

II. Indien moeder en vader gehuwd zijn

ARTIKEL 336.- Gedurende het huwelijk oefenen de moeder en de vader het gezag

gezamenlijk uit.

Indien het gemeenschappelijke leven is beëindigd of een scheiding van tafel en bed is

verwezenlijkt, kan de rechter het gezag aan een van de echtgenoten opdragen.

Het gezag komt na het overlijden van de moeder of de vader toe aan de ander, bij

echtscheiding [aan de ouder] bij wie het kind achtergebleven is.

III. Indien moeder en vader niet gehuwd zijn

ARTIKEL 337.- Indien de moeder en de vader niet gehuwd zijn, komt het gezag toe aan de

moeder.

Indien de moeder minderjarig, onder curatele gesteld of overleden is, of het gezag haar is

ontnomen, stelt de rechter al naar gelang het belang van het kind een voogd aan of draagt hij het

gezag op aan de vader.

IV. Stiefkinderen

ARTIKEL 338.- De echtgenoten zijn ook verplicht hun niet-meerderjarige stiefkinderen

zorg en aandacht te geven.

De andere echtgenoot helpt op passende wijze de echtgenoot die gezag uitoefent over zijn

eigen kind; hij vertegenwoordigt deze voor zover dat gezien de behoeften van het kind en de

feiten en omstandigheden noodzakelijk is.

B. OMVANG VAN GEZAG

I. In het algemeen

ARTIKEL 339.- De moeder en de vader nemen in het belang van het kind de nodige

beslissingen met betrekking tot zijn zorg en opvoeding en voeren deze uit.

Het kind is verplicht zijn moeder en vader te gehoorzamen.

De moeder en de vader kennen het kind naar de mate van zijn ontwikkeling de mogelijkheid

toe zijn leven vorm te geven; bij belangrijke onderwerpen houden zij zoveel mogelijk rekening

met zijn mening.

Het kind mag het [ouderlijk] huis niet verlaten zonder toestemming van zijn moeder en vader

en kan zonder wettelijke grondslag hun niet ontnomen worden.

De voornaam van het kind wordt gegeven door zijn moeder en vader.

II. Opvoeding

ARTIKEL 340.- De moeder en de vader voeden het kind naar hun mogelijkheden op en

dragen zorg voor zijn lichamelijke, verstandelijke, geestelijke, morele en maatschappelijke

ontwikkeling en beschermen deze.

De moeder en de vader dragen zorg voor een algemene en beroepsmatige scholing van het

kind, in het bijzonder van het lichamelijk en verstandelijk gehandicapte, naar de mate van diens

bekwaamheid en aanleg.

III. Godsdienstige opvoeding

ARTIKEL 341.- Het recht de godsdienstige opvoeding van het kind te bepalen komt aan de

moeder en de vader toe.

Iedere overeenkomst die het recht van de moeder en de vader op dit terrein beperkt, is nietig.

De meerderjarige is vrij zijn godsdienst te kiezen.

IV. Vertegenwoordiging van het kind

ARTIKEL 342.- De moeder en de vader zijn in het kader van hun gezag jegens derden de

wettelijke vertegenwoordigers van hun kind.

Derden te goeder trouw mogen ervan uitgaan dat ieder der echtgenoten handelt met

toestemming van de ander.

De bepalingen betreffende de vertegenwoordiging van onder curatele gestelden zijn ook van

toepassing op vertegenwoordiging bij voogdij behoudens de onderwerpen waarvoor de

toestemming van de voogdij-autoriteit vereist is.

V. Handelingsbekwaamheid van het kind

ARTIKEL 343.- De handelingsbekwaamheid van het kind dat onder gezag staat, is dezelfde

als de bekwaamheid van degene die onder voogdij staat.

Het kind is met zijn eigen vermogen verantwoordelijk voor de door hem gemaakte schulden

ongeacht de rechten van de moeder en de vader op het vermogen van het kind.

VI. Vertegenwoordiging van het gezin door het kind

ARTIKEL 344.- Het kind dat onder gezag staat, kan indien het over

onderscheidingsvermogen beschikt met toestemming van de moeder en de vader

gezin rechtshandelingen verrichten; deze handelingen komen voor rekening van de moeder en de

vader.

VII. Rechtshandelingen tussen het kind en de moeder en vader

ARTIKEL 345.- De mogelijkheid dat een kind voor een rechtshandeling van hem met de

moeder of de vader, of met een derde in het belang van de moeder en de vader, aansprakelijk is,

is afhankelijk van de medewerking van een kayyim44 en de goedkeuring van de rechter.

C. BESCHERMING VAN HET KIND

I. Beschermingsmaatregelen

ARTIKEL 346.- Indien het belang en de ontwikkeling van het kind in gevaar komen en de

moeder en de vader hiervoor geen oplossing kunnen vinden of niet in staat zijn deze te

verwezenlijken, treft de rechter passende maatregelen ter bescherming van het kind.

II. Uithuisplaatsing van kinderen

ARTIKEL 347.- Indien de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kind in gevaar

verkeert of het kind moreel verwaarloosd wordt, kan de rechter het kind wegnemen bij de moeder

en vader en in een gezin of instelling plaatsen.

Indien het kind met zijn verblijf in het gezin de rust van het gezin verstoort in een zodanige

mate dat van hen niet gevergd kan worden dit te verdragen en indien naar de omstandigheden

geen andere uitweg bestaat, kan de rechter op verzoek van de moeder en de vader of het kind

dezelfde maatregelen treffen.

Indien de moeder en de vader en het kind onvoldoende draagkracht hebben, worden de

kosten van deze maatregelen vergoed door de Overheid.

De bepalingen inzake levensonderhoud blijven van toepassing.

III. Ontheffing uit het gezag

1. In het algemeen

ARTIKEL 348.- Indien andere maatregelen ter bescherming van het kind geen uitkomst

bieden of indien bij voorbaat duidelijk is dat deze maatregelen onvoldoende zullen zijn, beslist de

rechter in de onderstaande gevallen tot ontneming van het gezag:

1. Indien door onervarenheid, ziekte, handicap, of het zich elders bevinden van de moeder en

de vader of om een soortgelijke reden deze de bevoegdheid niet naar behoren kan uitoefenen;

2. Indien de moeder en de vader onvoldoende aandacht schenken aan het kind of hun

verplichtingen jegens hem ernstig veronachtzamen.

Indien zowel de moeder als de vader uit het gezag worden ontheven, wordt over het kind een

voogd aangesteld.

Tenzij uit de beslissing het tegendeel blijkt, behelst de ontheffing van het gezag zowel alle

bestaande kinderen als zij die in de toekomst geboren worden.

2. Bij hertrouwen van de moeder of de vader

ARTIKEL 349.- Indien de moeder of de vader die het gezag heeft, hertrouwt, brengt dat niet

de ontheffing van het gezag mee. Echter indien het belang van het kind dat vergt, kan van

persoon die het gezag heeft, worden gewisseld; ook kan al naar gelang de feiten en

omstandigheden het ouderlijk gezag worden opgeheven en een voogd over het kind worden

aangesteld.

3. De plichten van de moeder en vader bij ontheffing van gezag

ARTIKEL 350.- Bij de ontheffing van het gezag duren de verplichtingen van de moeder en

de vader inzake de kosten van verzorging en opvoeding van het kind voort.

Indien de moeder en de vader

 

Kies uw taal

- -

Bezoekers

We hebben 6 gasten online

Enquete

Waar wilt u meer over weten?

Alimentatie

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.

Echtscheiding

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.