zondag, september 23, 2018
AddThis Social Bookmark Button

Zoeken

Huwelijksgoederenregime

A. WETTELIJKE HUWELIJKSGOEDERENREGIME

ARTIKEL 202.- In het algemeen geldt tussen de echtgenoten het regime van

verwervingsdeelneming.21

De echtgenoten kunnen bij een overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime een van

de andere in de wet genoemde regimes aanvaarden.

B. OVEREENKOMST INZAKE HUWELIJKSGOEDERENREGIME

I. Inhoud van de overeenkomst

ARTIKEL 203.- Een overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime kan voor of na de

huwelijkssluiting gesloten worden. Partijen kunnen het door hen gewenste

huwelijksgoederenregime slechts binnen de in de wet omschreven grenzen kiezen, opheffen of

wijzigen.

II. Bevoegdheid tot sluiting van een overeenkomst

ARTIKEL 204.- Een overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime kan alleen

gesloten worden door partijen die over onderscheidingsvermogen beschikken.

Minderjarigen en onder curatele gestelden zijn verplicht de toestemming van hun wettelijke

vertegenwoordigers te verkrijgen.

III. Vorm van overeenkomst

ARTIKEL 205.- Een overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime komt tot stand bij

de notaris door opstelling [van een notariële akte] of door bekrachtiging [van een onderhandse

akte].

Partijen kunnen echter ook tijdens de huwelijksaangifte schriftelijk te kennen geven welk

huwelijksgoederenregime zij kiezen.

Een overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime dient door partijen en indien vereist

door hun wettelijke vertegenwoordigers ondertekend te worden.

C. BUITENGEWOON HUWELIJKSGOEDERENREGIME

I. Op verzoek van een van de echtgenoten

1. Beslissing

ARTIKEL 206.- Indien een gerechtvaardigde reden bestaat, kan de rechter op verzoek van

een van de echtgenoten beslissen om het bestaande huwelijksgoederenregime om te zetten in een

algehele scheiding van goederen.

Het bestaan van een gerechtvaardigde reden wordt in het bijzonder in de onderstaande

gevallen aanvaard:

1. Indien het vermogen van de andere echtgenoot negatief is of indien beslag is gelegd

op zijn aandeel in de gemeenschap,

2. Indien de andere echtgenoot de belangen van de verzoeker of van de gemeenschap in

gevaar heeft gebracht,

3. Indien de andere echtgenoot zonder een gerechtvaardigde reden zijn toestemming, die

vereist is voor een beschikking over het gemeenschapsvermogen, onthoudt,

4. Indien de andere echtgenoot weigert om aan de verzoekende echtgenoot informatie te

verstrekken over zijn vermogen, zijn inkomsten, zijn schulden of het

gemeenschapsvermogen,

5. Indien de andere echtgenoot voortdurend het onderscheidingsvermogen mist.

Indien een van de echtgenoten voortdurend het onderscheidingsvermogen mist, kan ook zijn

wettelijke vertegenwoordiger op deze grond om een beslissing tot algehele scheiding van

goederen verzoeken.

2. Bevoegdheid

ARTIKEL 207.- Bevoegd is de rechtbank van de woonplaats van een van beide

echtgenoten.

3. Herstel na overgang naar algehele scheiding van goederen

ARTIKEL 208.- De echtgenoten kunnen te allen tijde bij een nieuwe overeenkomst inzake

het huwelijksgoederenregime het vorige of een ander huwelijksgoederenregime aanvaarden.

Indien de oorzaak die de overgang naar de algehele scheiding van goederen nodig maakte,

komt te vervallen, kan de rechter op verzoek van een van de echtgenoten beslissen het oude

huwelijksgoederenregime te herstellen.

II. Bij gedwongen executie

1. Bij faillissement

ARTIKEL 209.- Indien een van de echtgenoten, die een gemeenschap van goederen zijn

overeengekomen, failliet wordt verklaard, gaat de gemeenschap van rechtswege over in een

algehele scheiding van goederen.

2. Bij beslaglegging

ARTIKEL 210.- De schuldeiser die tegen een van de echtgenoten, die een gemeenschap van

goederen zijn overeengekomen, gedwongen executie instelt, kan indien hij bij de beslaglegging

nadeel ondervindt, de rechter verzoeken tot de algehele scheiding van goederen te beslissen.

Het verzoek van de schuldeiser richt zich tegen beide echtgenoten.

Bevoegd is de rechtbank van de woonplaats van de schuldenaar.

3. Herstel van oude regime

ARTIKEL 211.- Indien de schuldeiser wordt voldaan, kan de rechter op verzoek van een

van de echtgenoten beslissen dat de gemeenschap van goederen opnieuw wordt gevestigd.

De echtgenoten kunnen bij een overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime het

regime van verwervingsdeelneming aanvaarden.

III. Vereffening van eerder regime

ARTIKEL 212.- Indien tot algehele scheiding van goederen wordt overgegaan, vindt de

vereffening van het tussen de echtgenoten eerdere huwelijksgoederenregime plaats volgens de

bepalingen die op dit regime van toepassing zijn, tenzij de wet anders bepaalt.

D. BESCHERMING VAN SCHULDEISERS

ARTIKEL 213.- De vestiging of wijziging van een huwelijksgoederenregime of de

vereffening van het eerdere regime onttrekt de goederen waarop de schuldeisers van een van de

echtgenoten of van de gemeenschap hun rechten kunnen uitoefenen niet aan verhaal.

De echtgenoot op wie dergelijke goederen zijn overgegaan, is persoonlijk aansprakelijk voor

de schulden; echter, indien hij bewijst dat deze goederen [in bepaalde mate] onvoldoende zijn ter

voldoening van de schuld, kan hij zich in die mate van zijn aansprakelijkheid bevrijden.

E. BEVOEGDHEID IN RECHTSZAKEN TOT VEREFFENING VAN HUWELIJKSGOEDERENREGIME

ARTIKEL 214.- In rechtszaken tussen echtgenoten of erfgenamen inzake de vereffening

van een huwelijksgoederenregime zijn de onderstaande rechtbanken bevoegd:

1. Bij beëindiging van het huwelijksgoederenregime door overlijden, de rechtbank van de

laatste woonplaats van de overledene,

2. Bij echtscheiding, nietigverklaring van het huwelijk of indien de rechter beslist tot

algehele scheiding van goederen, de rechtbank bevoegd in deze rechtszaken,

3. In de overige gevallen, de rechtbank van de woonplaats van de echtgenoot-verweerder.

F. BESTUUR VAN DE GOEDEREN VAN EEN ECHTGENOOT DOOR DE ANDER

ARTIKEL 215.- Indien een van de echtgenoten het bestuur over zijn goederen uitdrukkelijk

of stilzwijgend overlaat aan de andere echtgenoot zijn de bepalingen inzake de volmacht van

toepassing, tenzij anders is overeengekomen.

G. BOEDELBESCHRIJVING

ARTIKEL 216.- Ieder van de echtgenoten kan te allen tijde van de ander verlangen dat een

boedelbeschrijving van zijn vermogen bij authentieke akte wordt opgemaakt.

Indien deze beschrijving is opgemaakt binnen een jaar nadat de goederen zijn ingebracht,

wordt deze beschrijving voor juist gehouden, tenzij het tegendeel wordt bewezen.

H. SCHULDEN TUSSEN ECHTGENOTEN

ARTIKEL 217.- Het huwelijksgoederenregime belet niet dat schulden tussen echtgenoten

opeisbaar worden. Echter, indien de voldoening van een schuld de echtgenoot-schuldenaar in een

zodanige moeilijke positie brengt dat hierdoor de huwelijkseenheid in gevaar wordt gebracht, kan

deze echtgenoot uitstel van betaling verzoeken. Indien de feiten en omstandigheden dit vereisen,

kan de rechter de verzoekende echtgenoot verplichten zekerheid te stellen.

TWEEDE AFDELING

HET REGIME VAN VERWERVINGSDEELNEMING

A. EIGENDOM

I. Inhoud

ARTIKEL 218.- Het regime van verwervingsdeelneming omvat de verwervingen en het

persoonlijke vermogen van ieder der echtgenoten.

II. Verwervingen

ARTIKEL 219.- Verwervingen zijn vermogensbestanddelen die iedere echtgenoot

gedurende dit regime onder bezwarende titel heeft verkregen.

De verwervingen van een echtgenoot zijn in het bijzonder de volgende:

1. Zijn inkomsten uit arbeid,

2. De betalingen door instanties voor sociale zekerheid, instellingen voor hulp aan

personeel en soortgelijke,

3. De uitkeringen wegens verlies van zijn vermogen om arbeid te verrichten,

4. De inkomsten uit zijn persoonlijk vermogen,

5. De vermogenswaarden die verwervingen vervangen.

III. Persoonlijke vermogen

1. Op grond van de wet

ARTIKEL 220.- Tot het persoonlijke vermogen behoort op grond van de wet:

1. Het goed dat alleen voor persoonlijk gebruik door een van de echtgenoten bestemd is,

2. Vermogensbestanddelen die bij aanvang van het huwelijksgoederenregime aan een van de

echtgenoten toebehoren of later door een van de echtgenoten wegens een erfenis of op een enige

andere wijze om niet zijn verkregen,

3. Vorderingen uit immateriële schade,

4. Vermogenswaarden die persoonlijk vermogen vervangen.

2. Op grond van overeenkomst

ARTIKEL 221.- De echtgenoten kunnen bij een overeenkomst inzake het

huwelijksgoederenregime aanvaarden dat vermogensbestanddelen die voortvloeien uit

beroepsuitoefening of ondernemingsactiviteit en die tot de verwervingen zouden moeten worden

gerekend, als persoonlijk vermogen worden beschouwd.

De echtgenoten kunnen bij een overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime ook

bepalen dat inkomsten uit persoonlijk vermogen niet tot de verwervingen worden gerekend.

IV. Bewijs

ARTIKEL 222.- Wie beweert dat een bepaald vermogensbestanddeel aan een van de

echtgenoten toebehoort, is verplicht om zijn bewering te bewijzen.

Vermogensbestanddelen waarvan niet bewezen is aan welke echtgenoot zij toebehoren,

worden geacht hun mede-eigendom te zijn.

Alle vermogensbestanddelen van een echtgenoot worden geacht verwerving te zijn totdat het

tegendeel is bewezen.

B. BEHEER, GEBRUIK EN BESCHIKKING

ARTIKEL 223.- Iedere echtgenoot heeft binnen de wettelijke grenzen het recht zijn

persoonlijke vermogen en zijn verwervingen te beheren, te gebruiken en hierover te beschikken.

Een van de echtgenoten kan niet zonder toestemming van de ander beschikken over zijn

aandeel in het vermogen dat in mede-eigendom staat, tenzij anders is overeengekomen.

C. AANSPRAKELIJKHEID JEGENS DERDEN

ARTIKEL 224.-

Iedere echtgenoot is met zijn gehele vermogen voor zijn schulden aansprakelijk.

D. BEËINDIGING VAN HUWELIJKSGOEDERENREGIME EN VEREFFENING

I. Tijdstip van beëindiging

ARTIKEL 225.- Het huwelijksgoederenregime eindigt bij het overlijden van een der

echtgenoten of door de aanvaarding van een ander huwelijksgoederenregime.

Indien door de rechter is beslist tot nietigverklaring van het huwelijk, tot beëindiging ervan

wegens echtscheiding of tot omzetting [van het bestaande huwelijksgoederenregime] in een

algehele scheiding van goederen, eindigt het huwelijksgoederenregime op het tijdstip waarop de

rechtszaak aanvangt.

II. Terugname van goederen; schulden

1. In het algemeen

ARTIKEL 226.- Elke echtgenoot neemt zijn goederen die zich bij de andere echtgenoot

bevinden terug.

Is een goed voorwerp van mede-eigendom dan kan één van de echtgenoten bij de vereffening

naast een beroep op de andere in de wet voorziene mogelijkheden, verzoeken om het goed tegen

betaling van het aandeel van de ander ongedeeld aan hem af te geven, indien hij bewijst een

zwaarderwegend belang te hebben.

De echtgenoten kunnen hun wederzijdse schulden [bij notariële akte] regelen.

2. Aandeel in vermeerderde waarde

ARTIKEL 227.- Indien een van de echtgenoten zonder enige of zonder een passende

vergoeding heeft bijgedragen aan de verkrijging, de verbetering of het behoud van een aan de

ander toebehorend goed, verkrijgt hij voor zijn bijgedragen deel een vorderingsrecht op de ten

tijde van de vereffening bij dit goed vastgestelde vermeerderde waarde. Deze vordering wordt

berekend naar de waarde van het goed op het tijdstip van de vereffening; indien sprake is van

waardevermindering wordt de beginwaarde van de bijdrage als grondslag genomen.

Indien een dergelijk goed reeds vervreemd is, bepaalt de rechter naar billijkheid wat aan de

andere echtgenoot betaald moet worden.

De echtgenoten kunnen bij een schriftelijke overeenkomst zowel van hun aandeel in de

waardevermeerdering afzien als de hoogte van hun aandeel wijzigen.

III. Berekening van aandeel van de echtgenoten

1. Scheiding van persoonlijk vermogen en verwervingen

ARTIKEL 228.- Het persoonlijk vermogen en de verwervingen van de echtgenoten worden

gescheiden naar de staat daarvan op het tijdstip van de beëindiging van het

huwelijksgoederenregime.

Van de kapitaalsuitkeringen en de schadeloosstelling wegens arbeidsongeschiktheid die een

van de echtgenoten van de instanties voor sociale zekerheid heeft ontvangen, wordt bij de

vereffening aan het persoonlijke vermogen toegevoegd het gekapitaliseerde bedrag van de

periodieke uitkering die vanaf het tijdstip van het eindigen van het huwelijksgoederenregime zou

zijn uitgekeerd, indien er in plaats van de kapitaalsuitkering of schadeloosstelling sprake zou zijn

geweest van periodieke uitkeringen voor de duur van het leven volgens de voorschriften van de

instanties voor sociale zekerheid.

2. Toe te voegen vermogenswaarden

ARTIKEL 229.- Aan de verwervingen worden als vermogenswaarden toegevoegd:

1. De in het jaar voorafgaand aan de beëindiging van het huwelijksgoederenregime door een

van de echtgenoten zonder toestemming van de andere echtgenoot verrichte prestaties om niet,

met uitzondering van de gebruikelijke schenkingen,

2. De vervreemdingen die door een van de echtgenoten tijdens het bestaan van het

huwelijksgoederenregime zijn gedaan met de bedoeling de aanspraak uit deelneming van de

andere echtgenoot te verminderen.

Bij geschillen inzake een dergelijke prestatie om niet of inzake een dergelijke vervreemding

kan de beslissing van de rechtbank ook worden tegengeworpen aan derden die voordeel hebben

gehad bij de prestatie om niet of bij de vervreemding, indien het bestaan van de rechtszaak aan

hen is medegedeeld.

3. Verrekening tussen persoonlijk vermogen en verwervingen

ARTIKEL 230.- Indien de schulden van een van de echtgenoten betreffende het persoonlijk

vermogen uit verwervingen zijn betaald of indien schulden [van een van hen] betreffende de

verwervingen uit zijn persoonlijk vermogen zijn betaald, kan bij de vereffening om verrekening

worden verzocht.

Elke schuld bezwaart dat gedeelte van het vermogen waarop zij betrekking heeft. Indien niet

duidelijk is aan welk gedeelte de schuld toebehoort, wordt deze geacht betrekking te hebben op

de verwervingen.

Indien een goed uit een deel van het vermogen heeft bijgedragen aan de verkrijging, de

verbetering of het behoud van een goed uit het andere deel van het vermogen, vindt in geval van

waardevermeerdering of waardevermindering de verrekening plaats naar de mate van de bijdrage

en naar de waarde van het vermogensbestanddeel op het tijdstip van de vereffening of indien de

goederen reeds zijn vervreemd naar billijkheid.

4. Nettowaarde22

ARTIKEL 231.- De nettowaarde is de waarde die overblijft nadat de totale waarde van de

verwervingen van elk der echtgenoten, met inbegrip van de toegevoegde waarde en de

verrekeningen, is verminderd met de op deze goederen rustende schulden.

Waardevermindering wordt niet in beschouwing genomen.

IV. Waardebepaling

1. Marktwaarde

ARTIKEL 232.- Bij de vereffening van het huwelijksgoederenregime wordt de

marktwaarde van de goederen als grondslag genomen.

2. Opbrengstwaarde

a. In het algemeen

ARTIKEL 233.- Indien een echtgenoot die als eigenaar de exploitatie van een onderneming

persoonlijk voortzet of indien de langstlevende echtgenoot of een van zijn afstammelingen het

recht heeft voor zichzelf de ongedeelde toekenning van een landbouwbedrijf te verzoeken, wordt

het te ontvangen aandeel in de vermeerderde waarde en zijn aanspraak uit

[verwervings]deelneming berekend naar de opbrengstwaarde.

De eigenaar van een landbouwbedrijf of zijn erfgenamen kunnen bij de bepaling van zijn

aandeel in de vermeerderde waarde of van de aanspraak uit [verwervings-]deelneming die hij

jegens de andere echtgenoot heeft, verzoeken om het bedrijf slechts te berekenen naar de

marktwaarde.

Op de waardering van en het aandeel van de erfgenamen in de winsten van de onderneming

zijn de bepalingen inzake het erfrecht op vergelijkbare wijze van toepassing.

b. Bijzondere gevallen

ARTIKEL 234.- Indien het in bijzondere gevallen noodzakelijk is, kan de berekende waarde

met een redelijk bedrag worden vermeerderd.

Met name worden tot de bijzondere gevallen gerekend de behoefte aan levensonderhoud van

de langstlevende echtgenoot, de aankoopwaarde van het landbouwbedrijf, alsook de

investeringen verricht door en de financiële toestand van de echtgenoot die eigenaar is van het

landbouwbedrijf.

3. Tijdstip van waardering

ARTIKEL 235.- De op het tijdstip van de beëindiging van het huwelijksgoederenregime

aanwezige verwervingen worden naar de waarde van het tijdstip van de vereffening aan de

berekening toegevoegd.

De berekening van de aan de verwervingen toe te voegen [vermogens-]waarden geschiedt op

basis van de datum van overdracht.

V. Deelname in de nettowaarde

1. Op grond van de wet

ARTIKEL 236.- Iedere echtgenoot of zijn erfgenamen zijn rechthebbende op de helft van de

aan de andere echtgenoot toebehorende nettowaarde [van diens verwervingen].

Vorderingen worden verrekend.

Indien het huwelijk wegens overspel of aanslag op het leven wordt beëindigd, kan de rechter

naar billijkheid beslissen tot vermindering of opheffing van het aandeel van de schuldige

echtgenoot in de nettowaarde.

2. Op grond van overeenkomst

a. In het algemeen

ARTIKEL 237.- Bij een overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime kan een andere

mate van deelname in de nettowaarde worden aanvaard.

Dergelijke overeenkomsten kunnen de legitieme portie van de niet gemeenschappelijke

kinderen van de echtgenoten en hun nakomelingen niet aantasten.

b. Bij nietigverklaring, echtscheiding of beëindiging van huwelijksgoederenregime door

rechterlijke beslissing

ARTIKEL 238.- Indien door de rechter is beslist tot nietigverklaring van het huwelijk of tot

beëindiging ervan wegens echtscheiding of tot omzetting [van het bestaande

huwelijksgoederenregime] in een algehele scheiding van goederen, zijn overeenkomsten die

afwijken van de wettelijke bepalingen inzake de deelneming in de nettowaarde slechts geldig,

indien hierin uitdrukkelijk is voorzien in de overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime.

VI. Betaling van aanspraak uit [verwervings-]deelneming en van aandeel in

vermeerderde waarde

1. Betaling en uitstel

ARTIKEL 239.- De aanspraak uit [verwervings-]deelneming en het aandeel in de

vermeerderde waarde kan betaald worden in goed of geld. Bij betaling in goed wordt de

marktwaarde van de goederen als uitgangspunt genomen; met de economische eenheid van

bedrijven en van zelfstandige eenheden bestemd voor beroeps- of bedrijfsuitoefening wordt

rekening gehouden.

Indien de onverwijlde betaling van de aanspraak uit [verwervings-]deelneming en van het

aandeel in de vermeerderde waarde hem ernstige betalingsproblemen geeft, kan de echtgenootschuldenaar

voor zijn betalingen een passend uitstel vragen.

Vanaf de beëindiging van de vereffening is voor de aanspraak uit [verwervings-]deelneming

en het aandeel in de vermeerderde waarde rente verschuldigd, tenzij anders is overeengekomen;

indien de feiten en omstandigheden dit vereisen, kan van de schuldenaar tevens zekerheid worden

gevraagd.

2. Echtelijke woning en huisraad

ARTIKEL 240.- Om zijn oude levensstijl te kunnen voortzetten, kan de langstlevende

echtgenoot verzoeken het gebruiksrecht of woonrecht op de woning die aan de overleden

echtgenoot toebehoorde en die zij gezamenlijk bewoonden, te verkrijgen onder verrekening tegen

de aanspraak uit deelneming en indien dat onvoldoende is onder bijbetaling van een vergoeding;

andersluidende regelingen die aanvaard zijn in een overeenkomst inzake het

huwelijksgoederenregime blijven voorbehouden.

De langstlevende echtgenoot kan onder dezelfde voorwaarden verzoeken dat hem het

eigendomsrecht over de huisraad wordt toegekend.

Bij het bestaan van gerechtvaardigde redenen kan op verzoek van de langstlevende

echtgenoot of de wettelijke erfgenamen van de overleden echtgenoot in plaats van het

gebruiksrecht of het woonrecht, het eigendomsrecht over de woning worden toegekend.

De langstlevende echtgenoot kan deze rechten niet uitoefenen op ruimten waarin de erflater

een beroep of ambacht uitoefende en die een van zijn afstammelingen nodig heeft voor de

uitoefening van hetzelfde beroep of ambacht. Bepalingen van het erfrecht inzake agrarisch

onroerend goed blijven voorbehouden.

3. Rechtszaak tegen derden

ARTIKEL 241.- Indien bij de vereffening het vermogen of de nalatenschap van de

echtgenoot-schuldenaar de aanspraak uit [verwervings-]deelneming niet dekt, kan de echtgenootschuldeiser

of zijn erfgenamen de prestaties om niet die bij de berekening aan de verwervingen

zouden moeten worden toegevoegd, tot de hoogte van het ontbrekende bedrag terugvragen van

derden die hierdoor zijn begunstigd.

Het recht op een rechtszaak vervalt binnen een jaar na de dag waarop de echtgenootschuldeiser

of zijn erfgenamen vernomen hebben dat hun rechten zijn geschonden en in ieder

geval na verloop van vijf jaren na de beëindiging van het huwelijksgoederenregime.

Vertaling Turks BW – tekst –- 2-3-2007 rechten.vu.nl

40

Met uitzondering van het bepaalde in de bovenstaande alinea’s en van de [rechterlijke]

bevoegdheidsregels zijn de bepalingen inzake de erfrechtelijke verminderingsprocedure op

vergelijkbare wijze van toepassing.

DERDE AFDELING

ALGEHELE SCHEIDING VAN GOEDEREN23

A. BESTUUR, GEBRUIK EN BESCHIKKING

ARTIKEL 242.- In het regime van algehele scheiding van goederen behoudt elk der

echtgenoten binnen de grenzen van de wet het recht van bestuur en gebruik van zijn vermogen en

het recht daarover te beschikken.

B. OVERIGE BEPALINGEN

ARTIKEL 243.- Op de onderwerpen van bewijs, aansprakelijkheid voor de schulden en

toekenning van de mede-eigendom zijn de bepalingen betreffende het regime van beperkte

scheiding van goederen van toepassing.

VIERDE AFDELING

BEPERKTE SCHEIDING VAN GOEDEREN

A. BESTUUR, GEBRUIK EN BESCHIKKING

I. In het algemeen

ARTIKEL 244.- Elk der echtgenoten behoudt binnen de grenzen van de wet het recht van

bestuur en gebruik van en beschikking over zijn vermogen.

II. Bewijs

ARTIKEL 245.- Wie stelt dat een bepaald goed aan een van de echtgenoten toebehoort, is

verplicht zijn stelling te bewijzen.

Goederen waarvan niet bewezen kan worden aan welke echtgenoot zij toebehoren, worden

geacht hun mede-eigendom te zijn.

B. AANSPRAKELIJKHEID VOOR SCHULDEN

ARTIKEL 246.- Elk der echtgenoten is met zijn gehele vermogen aansprakelijk voor zijn

schulden.

C. EINDE HUWELIJKSGOEDERENREGIME EN VEREFFENING

I. Tijdstip van einde

ARTIKEL 247.- Het huwelijksgoederenregime eindigt bij het overlijden van een van de

echtgenoten of door de aanvaarding van een ander huwelijksgoederenregime.

Indien door de rechter is beslist tot nietigverklaring van het huwelijk, tot beëindiging ervan

wegens echtscheiding of tot omzetting [van het bestaande huwelijksgoederenregime] in een

algehele scheiding van goederen, eindigt het huwelijksgoederenregime op het tijdstip waarop de

rechtszaak aanvangt.

II. Terugname van goederen en afgifte van goederen in mede-eigendom

23 Mal ayrılıgı = lett: scheiding van goederen.

Vertaling Turks BW – tekst –- 2-3-2007 rechten.vu.nl

41

1. In het algemeen

ARTIKEL 248.- Elke echtgenoot neemt zijn goederen die zich bij de andere echtgenoot

bevinden terug.

Bij het eindigen van het regime van beperkte scheiding van goederen kan de echtgenoot, die

bewijst daarbij een zwaarwegend belang te hebben, naast de andere [wettelijke] maatregelen

afgifte van een in mede-eigendom staand goed verzoeken onder de voorwaarde dat aan zijn

echtgenoot de tegenwaarde van diens aandeel naar de dag van betaling wordt gegeven.

2. Recht wegens bijdrage

ARTIKEL 249.- De echtgenoot die heeft bijgedragen aan de verkrijging, de verbetering of

het behoud van een aan de ander toebehorend goed dat buiten de verdeling is gebleven en die

hiervoor geen of geen passende vergoeding heeft gekregen, kan bij de beëindiging van het

huwelijksgoederenregime verzoeken om betaling van een in verhouding tot zijn bijdrage billijke

vergoeding.

Hetzelfde verzoek kan ook worden ingesteld met betrekking tot vermogenswaarden die in de

plaats komen van het goed dat buiten de verdeling is gebleven.

III. Voor het gezin bestemde goederen

1. Hoofdregel

ARTIKEL 250.- Indien een van de echtgenoten na het vestigen van het regime van beperkte

scheiding van goederen, goederen heeft verkregen en deze heeft bestemd voor het

gemeenschappelijk gebruik, en ten behoeve van het gezin, en investeringen heeft gedaan gericht

op de waarborging van de economische toekomst van het gezin, worden deze [goederen en

investeringen] of de vervangende vermogenswaarden hiervan bij het eindigen van het

huwelijksgoederenregime in gelijke mate tussen de echtgenoten verdeeld. Bij de verdeling wordt

rekening gehouden met de economische eenheid van ondernemingen.

Deze regel is niet van toepassing op vorderingen uit immateriële schade, op goederen

verkregen door erfenis en op goederen verkregen bij beschikking onder levende of terzake des

doods, tenzij uit de uitdrukkelijke wil van degene die de prestatie om niet heeft verricht anders

blijkt.

2. Gedragingen in strijd met de verdeling

ARTIKEL 251.- Indien een der echtgenoten vóór de verdeling goederen om niet heeft

vervreemd met de bedoeling het aandeel van de andere echtgenoot te verminderen, bepaalt de

rechter een billijke vergoeding ter compensatie van de aanspraak van de andere echtgenoot.

De in het jaar voorafgaand aan het einde van het huwelijksgoederenregime door een van de

echtgenoten zonder toestemming van de andere echtgenoot verrichte prestaties om niet worden,

met uitzondering van de gebruikelijke schenkingen, geacht te zijn gedaan met de bedoeling het

aandeel van de andere echtgenoot te verminderen.

Bij geschillen inzake dergelijke prestaties kan de beslissing van de rechtbank ook worden

tegengeworpen aan derden die voordeel hebben gehad bij de prestatie, indien het bestaan van de

rechtszaak aan hen is medegedeeld.

3. Weigering van verzoek tot verdeling

ARTIKEL 252.- Indien het huwelijk wegens overspel of aanslag op het leven wordt

beëindigd, kan de rechter naar billijkheid beslissen tot vermindering of opheffing van het aandeel

van de schuldige echtgenoot.

4. Wijze van verdeling

ARTIKEL 253.- In het algemeen geschiedt de verdeling in goed. Indien dat niet mogelijk is,

worden de aandelen door bijbetaling van een vergoeding gecompenseerd. De vergoeding die een

van de echtgenoten aan de ander moet betalen, wordt berekend naar de marktwaarde van de

goederen op het tijdstip van de vereffening. Bij deze berekening worden de schulden, die verband

houden met de verkrijging van de goederen die onderwerp van de verdeling zijn, in mindering

gebracht.

de onverwijlde betaling van de vergoeding ter compensatie hem ernstige

betalingsproblemen geeft, kan de echtgenoot-schuldenaar voor de betalingen een passend uitstel

vragen.

Vanaf de beëindiging van de vereffening is voor de vergoeding ter compensatie rente

verschuldigd, tenzij anders is overeengekomen; indien de feiten en omstandigheden dit vereisen,

kan van de schuldenaar tevens zekerheid worden gevraagd.

IV. Echtelijke woning en huisraad

1. Bij nietigverklaring of echtscheiding

ARTIKEL 254.- Indien het huwelijk is beëindigd door een beslissing tot nietigverklaring of

echtscheiding, kunnen de echtgenoten overeenkomen wie in de woning die voor

gemeenschappelijk gebruik van het gezin is bestemd en die onderwerp is van gelijke verdeling

tussen echtgenoten zal blijven wonen en wie de huisraad zal blijven gebruiken. De echtgenoot die

het recht van verblijf in de woning verkrijgt, kan verzoeken dit recht in het kadaster op te nemen.

Indien de echtgenoten niet tot een overeenkomst hebben kunnen komen over wie in de

echtelijke woning zal blijven wonen en wie de huisraad zal blijven gebruiken, beslist de rechter,

indien de billijkheid dit vereist ambtshalve, gelijktijdig met de beslissing van nietigverklaring of

echtscheiding, wie dit recht zal verkrijgen, met inachtneming van de bijzonderheden van het

geval, de economische en sociale toestand van de echtgenoten en de belangen van de kinderen zo

die er zijn; bij zijn beslissing bepaalt hij de duur van het verblijf en het gebruik en deelt hij dit ter

opneming mee aan de dienst van het kadaster.

Tenzij de rechter anders beslist, eindigt het recht van rechtswege na verloop van de

vastgestelde duur. Echter, indien vóór het einde van deze periode een wijziging in de situatie van

de begunstigde partij intreedt, kan de andere partij de rechter verzoeken de beslissing te herzien.

Indien de echtgenoten de woning huren, kan de rechter zo nodig beslissen dat de echtgenoot

die niet de hoedanigheid van huurder heeft [in de woning] blijft wonen. Om de rechten van de

verhuurder voortvloeiend uit de [huur]overeenkomst garant te stellen, wordt in dit geval,

gelijktijdig met de beslissing van nietigverklaring of echtscheiding, ambtshalve beslist tot de

benodigde aanpassing [van de huurovereenkomst].

2. Bij overlijden

ARTIKEL 255.- Indien zich bij het overlijden van een van de echtgenoten huisraad en een

gezamenlijke bewoonde woning bevinden onder de te verdelen goederen, kan de langstlevende

echtgenoot het eigendomsrecht daarvan verzoeken tegen verrekening van het recht dat hem

toekomt uit erfenis en uit verdeling en indien dat onvoldoende is onder bijbetaling van een

vergoeding.

Bij het bestaan van gerechtvaardigde redenen kan op verzoek van de langstlevende

echtgenoot of van een van de wettelijke erfgenamen van de overleden echtgenoot in plaats van

het eigendomsrecht ook beslist worden tot toekenning van een recht van gebruik of van

bewoning.

De langstlevende echtgenoot kan deze rechten niet uitoefenen op ruimten waarin de erflater

een beroep of ambacht uitoefende en die een van zijn afstammelingen nodig heeft voor de

uitoefening van hetzelfde beroep of ambacht. Bepalingen van het erfrecht inzake agrarisch

onroerend goed blijven voorbehouden.

VIJFDE AFDELING

GEMEENSCHAP VAN GOEDEREN24

A. EIGENDOM

I. Omvang

ARTIKEL 256.- Het regime van gemeenschap van goederen omvat het

gemeenschapsvermogen en het persoonlijke vermogen van de echtgenoten.

II. Gemeenschapsvermogen25

1. Algehele gemeenschap van goederen26

ARTIKEL 257.- Bij een algehele gemeenschap van goederen wordt het

gemeenschapsvermogen gevormd uit het vermogen en de inkomsten van de echtgenoten met

uitzondering van vermogen dat op grond van de wet persoonlijk is.

De echtgenoten hebben het gemeenschapsvermogen als een ongedeeld geheel in eigendom.

Geen van de echtgenoten heeft het recht om alleen over zijn aandeel in de gemeenschap te

beschikken.

2. Beperkte gemeenschap van goederen27

a. Gemeenschap van verwervingen28

ARTIKEL 258.- De echtgenoten kunnen bij een overeenkomst inzake het

huwelijksgoederenregime een gemeenschap aanvaarden die slechts uit verwervingen bestaat.

Ook de inkomsten uit het persoonlijk vermogen behoren tot deze gemeenschap.

b. Overige vormen van gemeenschap van goederen

ARTIKEL 259.- De echtgenoten kunnen bij een overeenkomst inzake het

huwelijksgoederenregime bepaalde vermogenswaarden of vermogenssoorten, in het bijzonder

onroerende goederen, inkomsten van een echtgenoot of goederen die hij voor de uitoefening van

zijn beroep of ambacht gebruikt, uitsluiten van de gemeenschap.

De inkomsten uit dit vermogen behoren niet tot de gemeenschap, tenzij de overeenkomst het

tegendeel bepaalt.

III. Persoonlijk vermogen

ARTIKEL 260.- Of vermogen persoonlijk is, wordt bepaald door de overeenkomst inzake

het huwelijksgoederenregime, door schenking door derden, of door de wet.

De goederen van elk der echtgenoten die uitsluitend voor persoonlijk gebruik bestemd zijn,

en zijn vorderingen uit immateriële schade zijn op grond van de wet persoonlijk vermogen.

Vermogensbestanddelen die aan een echtgenoot als legitieme portie kunnen toekomen,

kunnen voor zover zij op grond van de overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime tot de

gemeenschap behoren, niet door zijn erflaters aan hem als persoonlijk vermogen worden

toegekend.

IV. Bewijs

ARTIKEL 261.- Alle vermogensbestanddelen worden geacht gemeenschapsvermogen te

zijn, tenzij bewezen wordt dat zij tot het persoonlijke vermogen van een echtgenoot behoren.

B. BESTUUR EN BESCHIKKING

I. Van gemeenschapsvermogen

1. Gewoon bestuur

ARTIKEL 262.- De echtgenoten besturen hun gemeenschapsvermogen in het belang van de

huwelijkseenheid.

Binnen de grenzen van het gewone bestuur kan iedere echtgenoot de gemeenschap bezwaren

en over het gemeenschapsvermogen beschikken.

. Buitengewoon bestuur

ARTIKEL 263.- In zaken die buiten het gewone bestuur vallen, kunnen de echtgenoten

slechts gezamenlijk of kan de ene echtgenoot [slechts] met toestemming van de ander de

gemeenschap bezwaren of over het vermogen beschikken.

Voor derden die niet van het ontbreken van de toestemming afwisten of daarvan niet konden

afweten, wordt de toestemming aanwezig geacht.

De bepalingen betreffende de vertegenwoordiging van de huwelijkseenheid blijven van

toepassing.

3. Gemeenschapsvermogen en beroeps- of ambachtsuitoefening

ARTIKEL 264.- Indien een echtgenoot met toestemming van de ander

gemeenschapsvermogen gebruikt ten behoeve van een beroep of ambacht dat hij alleen uitoefent,

kan hij alle rechtshandelingen verrichten die verband houden met dit beroep of ambacht.

4. Aanvaarding of verwerping nalatenschap

ARTIKEL 265.- Geen van de echtgenoten kan zonder toestemming van de ander een

nalatenschap verwerpen die in de gemeenschap zal vallen, noch een nalatenschap aanvaarden als

de boedel door schulden is bezwaard.

Indien het niet mogelijk is de toestemming van de andere echtgenoot te verkrijgen of indien

het verzoek [om toestemming] door deze zonder een gerechtvaardigde reden wordt afgewezen,

kan de verzoekende echtgenoot zich wenden tot de rechtbank van zijn woonplaats.

5. Aansprakelijkheid en bestuurskosten

ARTIKEL 266.- Indien de gemeenschap van goederen eindigt, is iedere echtgenoot voor de

handelingen met betrekking tot [hun] gemeenschapsvermogen als een gemachtigde aansprakelijk.

De bestuurskosten worden uit het gemeenschapsvermogen vergoed.

II. Van persoonlijk vermogen

ARTIKEL 267.- Iedere echtgenoot heeft binnen de grenzen van de wet het recht om zijn

eigen persoonlijk vermogen te besturen en hierover te beschikken.

Indien er inkomsten uit persoonlijk vermogen zijn, worden de bestuurskosten uit deze

inkomsten vergoed.

C. AANSPRAKELIJKHEID JEGENS DERDEN

I. Schulden van de gemeenschap

ARTIKEL 268.- Iedere echtgenoot is voor de onderstaande schulden met zijn persoonlijk

vermogen en met het gemeenschapsvermogen aansprakelijk:

1. Schulden voortgekomen uit de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de

huwelijkseenheid of de bevoegdheid tot bestuur van het gemeenschapsvermogen,

2. Schulden die met gebruikmaking van het gemeenschapsvermogen of van inkomsten uit het

gemeenschapsvermogen zijn gemaakt ten behoeve van de uitoefening van een beroep of ambacht,

3. Schulden waarvoor ook de andere echtgenoot persoonlijk aansprakelijkheid is,

4. Schulden waarover de echtgenoten met derden zijn overeengekomen dat naast het

persoonlijk vermogen ook het gemeenschapsvermogen aansprakelijk is.

II. Persoonlijke schulden

45

ARTIKEL 269.- Elke echtgenoot is voor alle andere schulden met zijn persoonlijk

vermogen en met de helft van de waarde van hun gemeenschapsvermogen aansprakelijk.

De aanspraken wegens verrijking van de gemeenschap blijven van kracht.

D. Schulden tussen echtgenoten

ARTIKEL 270.- Het huwelijksgoederenregime belet niet dat schulden tussen echtgenoten

opeisbaar worden. Echter, indien de voldoening van een schuld de echtgenoot-schuldenaar in een

zodanige moeilijke positie brengt dat hierdoor de huwelijkseenheid in gevaar wordt gebracht, kan

deze echtgenoot uitstel van betaling verzoeken. Indien de feiten en omstandigheden dit vereisen,

kan de rechter de verzoekende echtgenoot verplichten zekerheid te stellen.

E. BEËINDIGING VAN HUWELIJKSGOEDERENREGIME EN VEREFFENING

I. Tijdstip van beëindiging

ARTIKEL 271.- Het huwelijksgoederenregime eindigt bij het overlijden van een der

echtgenoten, door de aanvaarding van een ander huwelijksgoederenregime of door de

faillietverklaring31 van een der echtgenoten.

Indien door de rechter is beslist tot nietigverklaring van het huwelijk, tot beëindiging ervan

wegens echtscheiding of tot de omzetting [van het bestaande huwelijksgoederenregime]

in een algehele scheiding van goederen, eindigt het huwelijksgoederenregime op het tijdstip

waarop de rechtszaak aanvangt.

Bij de bepaling van de omvang van het gemeenschapsvermogen en het persoonlijk vermogen

wordt de datum van beëindiging van de gemeenschap van goederen als grondslag genomen.

II. Toevoeging aan persoonlijk vermogen

ARTIKEL 272.- Van de kapitaalsuitkeringen en de schadeloosstelling wegens

arbeidsongeschiktheid die een van de echtgenoten van de instanties voor sociale zekerheid heeft

ontvangen, wordt bij de vereffening aan het persoonlijke vermogen toegevoegd het

gekapitaliseerde bedrag van de periodieke uitkering die vanaf het tijdstip van het eindigen van het

huwelijksgoederenregime zou zijn uitgekeerd, indien er in plaats van de kapitaalsuitkering of

schadeloosstelling sprake zou zijn geweest van periodieke uitkeringen voor de duur van het leven

volgens de voorschriften van de instanties voor sociale zekerheid.

III. Verrekening tussen persoonlijk vermogen en gemeenschapsvermogen

ARTIKEL 273.- Indien de schulden van een van de echtgenoten betreffende het persoonlijk

vermogen uit het gemeenschapsvermogen zijn betaald of indien schulden betreffende het

gemeenschapsvermogen uit het persoonlijk vermogen [van een van hen] zijn betaald, kan bij de

vereffening om verrekening worden verzocht.

Elke schuld bezwaart dat gedeelte van het vermogen waarop zij betrekking heeft. Indien niet

duidelijk is aan welk gedeelte de schuld toebehoort, wordt deze geacht betrekking te hebben op het gemeenschapsvermogen.

IV. Aandeel in vermeerderde waarde

ARTIKEL 274.- Indien het persoonlijke vermogen van een echtgenoot of zijn

gemeenschapsvermogen heeft bijgedragen aan de verkrijging, de verbetering of het behoud van

vermogensbestanddelen uit een ander deel van het vermogen, zijn de bepalingen met betrekking

tot het aandeel in de vermeerderde waarde uit het regime van verwervingsdeelneming van toepassing.

V. Waardebepaling

ARTIKEL 275.- Bij de beëindiging van het huwelijksgoederenregime wordt voor de

waardering van het aanwezige gemeenschapsvermogen het tijdstip van de vereffening als grondslag genomen.

VI. Verdeling

1. Bij overlijden of aanvaarding van een ander huwelijksgoederenregime

ARTIKEL 276.- Indien de gemeenschap van goederen eindigt door het overlijden van een

der echtgenoten of door de aanvaarding van een ander huwelijksgoederenregime, komt aan iedere

echtgenoot of aan zijn erfgenamen de helft van het gemeenschapsvermogen toe.

In de overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime kan voor de verdeling een andere

verhouding vastgesteld worden.

Dergelijke overeenkomsten kunnen de legitieme portie van de afstammelingen niet

aantasten.

2. In overige gevallen

ARTIKEL 277.- Bij echtscheiding of bij nietigverklaring van het huwelijk of bij omzetting

in een algehele scheiding van goederen op grond van de wet of een rechterlijke beslissing kan

iedere echtgenoot dat, wat in het regime van verwervingsdeelneming als zijn eigen persoonlijke

vermogen gezien zou worden, aan het gemeenschapsvermogen onttrekken.

Het overgebleven gemeenschapsvermogen wordt tussen de echtgenoten bij helfte verdeeld.

Afspraken over de wijziging van de wettelijke verdeling zijn slechts geldig indien daarin in

de overeenkomst inzake het huwelijksgoederenregime uitdrukkelijk is voorzien.

VII. Wijze van verdeling

1. Persoonlijk vermogen

ARTIKEL 278.- Indien de gemeenschap van goederen eindigt door het overlijden van een

van de echtgenoten kan bij het regime van verwervingsdeelneming de langstlevende echtgenoot

verzoeken dat wat als zijn persoonlijke vermogen gezien zou worden aan hem toe te delen tegen

verrekening met zijn aandeel [in de gemeenschap].

2. Echtelijke woning en huisraad

ARTIKEL 279.- Indien de woning die de echtgenoten gezamenlijk in bewoonden of het

huisraad tot de algehele gemeenschapsvermogen gerekend wordt, kan de langstlevende

echtgenoot verzoeken tegen verrekening met zijn aandeel het eigendom hiervan aan hem toe te

delen.

Bij aanwezigheid van gerechtvaardigde redenen kan op verzoek van de langstlevende

echtgenoot of van andere wettelijke erfgenamen van de overledene in plaats van de eigendom het

gebruiksrecht of het woonrecht worden toegekend.

Indien het regime van gemeenschap van goederen om een andere reden dan het overlijden

eindigt, kan ieder der echtgenoten dezelfde verzoeken instellen, indien hij bewijst [daarbij] een

zwaarwegend belang te hebben.

3. Andere vermogensbestanddelen

ARTIKEL 280.- Indien een echtgenoot bewijst [daarbij] een zwaarwegend belang te

hebben, kan hij verzoeken ook andere vermogensbestanddelen tegen verrekening met zijn

aandeel [in de gemeenschap] aan hem toe te delen.

4. Overige verdelingsregels

ARTIKEL 281.- In de overige gevallen zijn de bepalingen inzake verdeling van medeeigendom

en van nalatenschap op vergelijkbare wijze van toepassing.

 

Kies uw taal

- -

Bezoekers

We hebben 1 gast online

Enquete

Waar wilt u meer over weten?

Alimentatie

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.

Echtscheiding

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.