zondag, oktober 21, 2018
AddThis Social Bookmark Button

Zoeken

Echtscheiding

 


A. ECHTSCHEIDINGSGRONDEN

I. Overspel

ARTIKEL 161.- Indien één van de echtgenoten overspel pleegt, kan de andere echtgenoot

echtscheiding verzoeken.

Het recht om echtscheiding wegens overspel te verzoeken vervalt na zes maanden na de dag

waarop de echtgenoot met het de grond voor echtscheiding bekend is geworden. De

verjaringstermijn verloopt in ieder geval na vijf jaren na de dag van het plaatsvinden van het

overspel.

Wie vergeeft, kan dit verzoek niet instellen.

II. Levensbedreiging, slechte behandeling en aantasting van eer

ARTIKEL 162.- Elk der echtgenoten kan echtscheiding verzoeken wegens levensbedreiging

door de andere echtgenoot, wegens zeer slechte behandeling of wegens een ernstige aantasting

van diens eer door de andere echtgenoot.

Het recht om echtscheiding te verzoeken wegens de redenen opgesomd in de eerste alinea

vervalt na zes maanden na de dag dat de echtgenoot met de grond voor echtscheiding bekend is

geworden. De verjaringstermijn verloopt in ieder geval na vijf jaren na de dag van het

plaatsvinden van het feit.

Wie vergeeft, kan dit verzoek niet instellen.

III. Het plegen van een strafbaar feit en het leiden van een eerloos leven

ARTIKEL 163.- Indien één der echtgenoten een onterend strafbaar feit pleegt, of een

eerloos leven leidt, en indien om die reden van de andere echtgenoot de samenleving met hem

niet langer verlangd kan worden, heeft de laatstgenoemde echtgenoot op elk moment het recht

om echtscheiding te verzoeken.

IV. Verlating

ARTIKEL 164.- Indien één der echtgenoten de ander verlaat met de bedoeling zich aan de

uit het huwelijk voortvloeiende verplichtingen te onttrekken, of zonder geldige redenen niet naar

de gezamenlijke woning terugkeert, en indien die situatie ten minste zes maanden heeft geduurd

en blijft voortduren, en een vermaning van de rechter op verzoek van de andere echtgenoot geen

resultaat oplevert, kan de andere echtgenoot echtscheiding verzoeken. De echtgenoot die de ander

dwingt de gezamenlijke woning te verlaten, of die de terugkeer van de andere echtgenoot naar de

echtelijke woning zonder een geldige reden belet, wordt geacht de ander verlaten te hebben.

Op verzoek van de echtgenoot die het recht heeft [wegens verlating echtscheiding te

verzoeken] vermaant de rechter zonder een inhoudelijke onderzoek [van de redenen] de andere

echtgenoot binnen twee maanden naar de gezamenlijke woning terug te keren. In de vermaning

wordt eveneens melding gemaakt van de gevolgen van het niet terugkeren naar de gezamenlijke

woning. Indien nodig wordt deze vermaning gepubliceerd. Echter het verzoek tot vermaning tot

terugkeer naar de gezamenlijke woning kan niet worden ingediend indien de vierde maand van de

bovengenoemde periode van verlating13 nog niet is beëindigd, en een echtscheiding kan niet

worden verzocht indien nog geen twee maanden na de vermaning zijn verlopen.14

V. Geestelijke stoornis

ARTIKEL 165.- Indien één van de echtgenoten aan een geestelijke stoornis lijdt en

daardoor het samenleven voor de ander ondragelijk wordt, kan de laatste echtscheiding verzoeken

indien uit een verklaring van een erkende medische instelling blijkt dat de geestelijke stoornis

ongeneselijk is.

VI. Duurzame ontwrichting

ARTIKEL 166.- Indien het huwelijk zo ernstig ontwricht is dat het samenzijn van de

echtgenoten niet meer gevergd kan worden, kan ieder der echtgenoten echtscheiding verzoeken.

In de bovengenoemde gevallen heeft de andere echtgenoot het recht bezwaar te maken tegen de

procedure, indien de verzoeker een hogere mate van schuld [aan de ontwrichting] heeft. Echter,

als het maken van bezwaar het kenmerk draagt van misbruik van bevoegdheid en indien het

voortduren van het huwelijk niet beschermingswaardig [meer] is voor de verweerder en de

kinderen, kan worden beslist tot echtscheiding.

Een huwelijk wordt geacht duurzaam ontwricht te zijn indien het huwelijk ten minste één

jaar heeft geduurd en de echtgenoten een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding hebben gedaan

of de een instemt met het verzoek van de ander. Om in dat geval de echtscheiding uit te kunnen

spreken, dient de rechter zelf van de echtgenoten te vernemen dat zij uit vrije wil tot de

echtscheiding hebben besloten, en dient hij de regeling van de financiële gevolgen van de

echtscheiding en van de gevolgen voor de kinderen, waarmee de echtgenoten hebben ingestemd,

passend te achten. Rekening houdend met de belangen van de echtgenoten en de kinderen kan de

rechter in deze overeenkomst de volgens hem noodzakelijke wijzigingen aanbrengen. De

echtscheiding wordt uitgesproken indien de partijen ook instemmen met deze wijzigingen.

Derhalve wordt het beginsel dat de bekentenissen van partijen de rechter binden, niet toegepast.

Indien het verzoek tot echtscheiding wegens één van de echtscheidingsgronden is afgewezen

en sinds het tijdstip waarop deze beslissing in kracht van gewijsde gegaan is een termijn van drie

jaren verlopen is en in die periode om welke redenen dan ook de herleving van het samenleven

niet mogelijk geweest is, wordt het huwelijk geacht duurzaam te zijn ontwricht en wordt op

verzoek van één der echtgenoten beslist tot de echtscheiding.

B. PROCEDURE

I. Onderwerp

ARTIKEL 167.- De echtgenoot die bevoegd is een procedure tot echtscheiding te

beginnen, kan hetzij echtscheiding hetzij scheiding van tafel en bed verzoeken.

II. Bevoegdheid

ARTIKEL 168.- Bevoegd inzake een procedure tot echtscheiding of scheiding van tafel en

bed is de rechtbank van de woonplaats van een der echtgenoten of van de woonplaats waar zij

vóór de procedure voor het laatst zes maanden samen hebben verbleven.

III. Voorlopige voorzieningen

ARTIKEL 169.- In een procedure tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed treft de

rechter ambtshalve voor de duur van de procedure de noodzakelijke voorlopige voorzieningen, in

het bijzonder omtrent onderdak, levensonderhoud, huwelijksgoederenregime van de echtgenoten

en de verzorging en bescherming van de kinderen.

C. BESLISSING

I. Echtscheiding of scheiding van tafel en bed

ARTIKEL 170.- Indien de echtscheidingsgrond bewezen is, beslist de rechter tot

echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed.

Heeft de procedure alleen betrekking op scheiding van tafel en bed, dan kan niet besloten

worden tot echtscheiding.

28

Heeft de procedure betrekking op echtscheiding, dan kan besloten worden tot scheiding van

tafel en bed als er een gerede kans is op hervatting van het gemeenschappelijke leven15.

II.Termijn van scheiding van tafel en bed

ARTIKEL 171.- Scheiding van tafel en bed kan worden uitgesproken voor een termijn van

een tot drie jaar. Deze termijn vangt aan bij het onherroepelijk worden van de beslissing tot

scheiding van tafel en bed.

III. Einde van de periode van scheiding van tafel en bed

ARTIKEL 172.- Na afloop van de termijn eindigt scheiding van tafel en bed van

rechtswege.

Ieder van de echtgenoten kan echtscheiding verzoeken indien de samenleving niet is hervat.

Bij het regelen van de gevolgen van de echtscheiding wordt acht geslagen op bewezen

gebeurtenissen uit de eerste procedure en op omstandigheden die gedurende de periode van

scheiding van tafel en bed naar voren zijn gekomen.

IV. Persoonlijke staat van de gescheiden vrouw

ARTIKEL 173.- Een gescheiden vrouw behoudt haar door het huwelijk verkregen

persoonlijke staat; zij verkrijgt echter opnieuw de geslachtsnaam die zij voor het huwelijk had.

Indien de vrouw voordat zij trouwde weduwe was, kan zij de rechter verzoeken haar

meisjesnaam te mogen voeren.

De rechter kan op verzoek van de vrouw toestemming geven tot gebruik van de

geslachtsnaam van de ex-echtgenoot indien bewezen wordt dat zij daar belang bij heeft en dat het

voeren daarvan geen nadelige gevolgen voor de man heeft.

De man kan om intrekking van deze toestemming verzoeken in geval van veranderde

omstandigheden.

V. Schadevergoeding en alimentatie bij echtscheiding

1. Materiële en immateriële schadevergoeding

ARTIKEL 174.- De onschuldige of minder schuldige partij, die door de echtscheiding

geschaad is in een belang of verwacht belang kan van de schuldige partij een passende materiële

schadevergoeding vragen.

De partij die door omstandigheden die aanleiding waren voor de echtscheiding in zijn

persoonlijkheid is aangetast, kan van de schuldige wederpartij vragen dat een passend geldbedrag

als immaterieel schadevergoeding wordt betaald.

2. Levensonderhoud voor de behoeftige

ARTIKEL 175.- Degene die door echtscheiding in behoeftige omstandigheden komt te

verkeren, kan van de ander levensonderhoud voor onbepaalde tijd vragen in overeenstemming

met diens vermogenskracht op voorwaarde dat hij [de verzoeker] geen grotere schuld [aan de

echtscheiding] heeft.

De mate van schuld van de onderhoudsplichtige is van geen belang.

3. Wijze van betaling van schadevergoeding en levensonderhoud

ARTIKEL 176.- Met betrekking tot materiële schadevergoeding en levensonderhoud kan tot

betaling ineens of afhankelijk van de omstandigheden tot betaling in termijnen worden besloten.

Tot betaling van immateriële schadevergoeding in termijnen kan niet worden besloten.

De betaling in termijnen van materiële schadevergoeding of van levensonderhoud eindigt

van rechtswege bij hertrouwen van de onderhoudsgerechtigde of bij het overlijden van een der

partijen; indien de gerechtigde niet hertrouwd is, maar samenwoont [met een ander persoon] als

waren zij gehuwd, indien geen sprake meer is van behoeftigheid of in geval van een eerloos

leven, wordt de betaling in termijnen door beslissing van de rechtbank opgeheven.

Indien de financiële toestand van partijen verandert of de billijkheid dit vereist, kan worden

29

besloten tot vermeerdering of vermindering van de periodieke betaling.

De rechter kan op verzoek het bedrag van de periodieke betaling van materiële

schadevergoeding of levensonderhoud naar de sociale en economische omstandigheden van

partijen voor de komende jaren vaststellen.

4. Bevoegdheid

ARTIKEL 177.- Bevoegd inzake alimentatieprocedures die na echtscheiding worden

ingesteld, is de rechter van de woonplaats van de onderhoudsgerechtigde.

5. Verjaring

ARTIKEL 178.- Procedurele rechten die door een echtscheiding zijn ontstaan, verjaren na

één jaar nadat de rechterlijke beslissing tot ontbinding van het huwelijk onherroepelijk is

geworden.

VI Ontbinding huwelijksvermogen

1. Ten aanzien van echtscheiding

ARTIKEL 179.- Op de ontbinding van het huwelijksvermogen worden de regels toegepast

van het huwelijksgoederenregime waaraan de echtgenoten gebonden zijn.

2. Ten aanzien van scheiding van tafel en bed

ARTIKEL 180.- Wordt besloten tot scheiding van tafel en bed, dan kan de rechter, al naar

gelang de duur [van de scheiding van tafel en bed] en omstandigheden waarin de echtgenoten

verkeren, beslissen het bij overeenkomst tussen partijen aangegane huwelijksvermogensregime

op te heffen.

 

Kies uw taal

- -

Bezoekers

We hebben 3 gasten online

Enquete

Waar wilt u meer over weten?

Alimentatie

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.

Echtscheiding

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua.